zondag 26 maart 2017

IntelliPower, de vermogensmeter voor de Intellifiets deel 1

Gezin , werk, sociale verplichtingen, piano spelen, bijhouden wat er in de wereld gebeurt etc. leggen beslag op vrijwel al mijn beschikbare tijd. Fietsen kan ik combineren met woon-werkverkeer, dat scheelt al weer. Hobbyplannen heb ik genoeg, alleen tijd niet. Een van mijn grootste wensen is om een vermogensmeter te maken voor de fiets. Als ik slim zou zijn, zou ik die gewoon kopen. Klaar.
Maar zo zit ik niet in mekaar. Ik zie er een uitdaging in om het zelf te maken, gewoon omdat het kan en omdat ik het de pak'm beet 600 euro niet waard vind. Het ontwerpen en bouwen zelf is eigenlijk leuker dan het bezit en gebruik straks. Als ik heb aangetoond dat het werkt, dan is de lol er eigenlijk wel vanaf. Hopelijk kan ik me genoeg motiveren om het ook echt af te maken, inclusief een behuizing. Uiteindelijk ben ik een techneut die wil weten hoe hard ik fiets en welk vermogen ik daarvoor nodig heb zodat ik mijn fiets kan optimaliseren om met mijn tamelijk modale vermogen zo hard mogelijk te gaan. Top 10 bij de één-uurs race op Cycle Vision is een ambitieus maar mooi streven.

Genoeg inleiding. Wat gaan we bouwen? Eigenlijk is het heel simpel. Op de cranks komen rekstrookjes die de verbuiging van de crank meten. Die verbuiging mag je lineair veronderstellen. Bij een x keer zo grote kracht verbuigt de crank ook x keer meer. Rekstrookjes bestaan uit een folie met daarop een flinterdun koperpatroon: één lange verbinding die een aantal keer is opgevouwen om de lengte zo groot te maken. Bij uitrekken wordt de elektrische weerstand een fractie groter. Veel digitale weegschalen werken ook op dit principe. In feite bouw ik ook een weegschaal. Bij een weegschaal doet de zwaartekracht het werk, in mijn geval de kracht die ik via de pedalen op de cranks uitoefen. Kalibreren doe ik wel als weegschaal, ik hang een bekend gewicht aan de pedaal-as met de crank in horizontale positie. Weet je massa (in kg), dan weet je de kracht in Newton:
F = m * g
De valversnelling g = 9,81 m/s2. Ik verwacht dat een nauwkeurigheid van 1 à 2 procent haalbaar moet zijn.

rekstrookje, gevoelig voor uitrekken in verticale richting, breedte is ca 5 mm


De trapkracht kun je ontbinden in twee krachten, een haaks op de crank en een in de lengteas van de crank. Die laatste is niet interessant, daar ga je niet harder van fietsen en die zal de rekstrookjes niet doen verbuigen. Maar de loodrechte versie is de kracht waar het om gaat en die zorgt er ook voor dat de crank verbuigt. Het pedaal maakt een cirkelbeweging, maar als we maar een klein stukje van die cirkel bekijken, dan is de afgelegde weg tijdens dat kleine stukje vrijwel recht, die vereenvoudiging vergemakkelijkt de berekening.
De elektronica meet de kracht op de crank minimaal 80 keer per seconde. Bij 120 toeren per minuut, dus 2 toeren per seconde, wordt één omwenteling dus in 40 stappen gemeten. De bedoeling is overigens om op de als maximum gespecificeerde snelheid van 145 metingen per seconde te meten. Bij 110 omwentelingen per minuut heb je dan 80 meetpunten. Dat moet genoeg zijn voor een betrouwbare meting zou je denken. Hopelijk werkt de meetchip dan nog voldoende nauwkeurig.

De rekstrookjes worden op de crank gelijmd, twee boven en twee onder in een zogenaamde brug van Wheatstone configuratie. Dat is een meetmethode waarbij je in rust nul meet en bij een kleine verstoring van het evenwicht meteen een afwijking van nul. Het werkt beter naarmate de 4 rekstrookjes gelijke eigenschappen hebben en vooral ook dezelfde temperatuur hebben.

rekstrookjes op de crank van een andere zelfbouwer


Alle onderdelen, behalve de rekstrookjes natuurlijk, komen op een pcb, dat is het rode plaatje op de foto. Het is overigens allemaal echt goud wat er blinkt, al is het laagje goud wel erg dun, 0.075 micrometer. De pcb bestaat uit 4 lagen, de binnenste 2 lagen zijn uiteraard niet zichtbaar. De totale dikte is 1 mm. De meeste onderdelen heb ik nog liggen van andere projecten. In totaal moeten er zo'n 60 onderdelen een plekje vinden. De componenten aan de onderzijde zijn overigens niet nodig, die zitten erop om een totaal ander apparaat te kunnen maken met dezelfde printplaat. Kosten (en werk) delen dus.

accu, rekstrookjes en de printplaat (voor- en achterzijde)
De IntelliPower, zo gaat hij heten, kan werken op een kleine LiPo cel, maar ook een USB aansluiting is voorzien. Ten eerste om de accu op te laden, maar ook communicatie of een software update kan via de USB poort. Omdat je crank rond draait, moet je wel draadloos de informatie verzenden en moet de accu ook meedraaien. Rechtsonder op de pcb zie je een zigzag spoortje, dat is de antenne. De frequentie waarop het werkt is 2.4 GHz. Ik kan nog kiezen welke draadloze standaard ik ga gebruiken. Erg handig is ANT+, daar werken al veel powermeters mee. Mijn Garmin kan overweg met ANT+ en dan komt de data als vanzelf in alle tools die daarvoor bedoeld zijn zoals Strava. Een andere mogelijkheid is Bluetooth Low Energy (BLE), die standaard zit tegenwoordig op bijna elke telefoon. Misschien is het zelfs mogelijk om beiden te combineren. Het voordeel van BLE is dat je veel meer data kunt verzenden, zo kun je bijvoorbeeld beide cranks onafhankelijk van elkaar uitlezen en kun je links/rechts balans in kaart brengen. Temperatuur, toerental, accuspanning worden ook gemeten en kun je dus ook doorgeven. Mogelijk kan ik ook trillingen meten en daar iets mee doen, denk aan wegdek beoordeling. Ook een impactmeter/logger zou kunnen, mocht ik een ongeval krijgen. Verder zou de fiets af en toe een berichtje de wereld in kunnen slingeren via iBeacon (Apple) of Eddystone (Google). Daar kun je weer heel veel toepassingen bij verzinnen zoals anti-diefstal of automatisch naar een website geleid worden op je mobieltje.

De technische documentatie komt ook online, maar dat zal via een andere pagina verlopen. Waarschijnlijk ga ik dat in het Engels schrijven. In principe kan iedereen het nabouwen, maar vooralsnog valt er nog niet zo veel te meten, alle software moet nog worden geschreven. Wel heb ik enkele tientallen printplaten, mogelijk dat ik die tzt in de verkoop doe. De speciale componenten zoals de rekstrookjes en de accu komen van Aliexpress. De totale kosten zijn enkele tientallen euro's per pcb. In principe kun je met één toe als je de meetwaarde verdubbeld, maar ik wil er twee inbouwen. Een tipje van de sluier voor de diehard techneuten onder ons: nRF52832, HX711, BF350, 3.7V/150mAhr LiPo.

Links voor zelfbouw ideeën:
http://edge.rit.edu/edge/P16214/public/Subsystem%20Design
https://hackaday.com/2016/04/03/bike-power-meter-with-crank-mounted-wifi-strain-gauges/
https://hackaday.io/project/10530-espeedo-an-esp8266-bicycle-power-sensor
http://keithhack.blogspot.nl/2013/01/v3power-meterthe-complete-how-to.html

De meeste zelfbouwers maken "knutsels" op basis van bestaande printplaatjes. Vaak moeten er dan twee of drie gecombineerd worden. Ik ga voor een meer professionele benadering die weliswaar iets duurder is, maar uiteindelijk ook meer bevrediging geeft. Vooralsnog heb ik er zes nodig, voor mijn DF, racefiets en mtb. En daarnaast nog wat voor de meer zakelijke toepassingen. Daar hoeven geen rekstrookjes op.

Last but not least, de uitslag van de grote piep-piep-piep-prijsvraag:
De topsnelheid was 59.5 km/u, tijdens de afdaling van de brug naar Kesteren. Je ziet de schakelmomenten en dat ik vrij snel hard in de remmen moest knijpen.
Op de derde plaats: Paul (Mooi Geel Is Niet Lelijk) met 52.2 km/u
Tweede plaats: Roef (Toerkanjer) met 53.2 km/u
De winnaar van de eeuwige roem: Johannes (iFiets) met 57,4 km/u. Bij deze gelijk een promotie voor je blog: ifiets.blogspot.nl

De piepjes van de brug bij Kesteren in een grafiek uitgezet

zaterdag 11 februari 2017

Taiwan

Even geen ligfietsbericht, maar een bericht uit Taiwan. Komen overigens heel veel fietsen vandaan zoals Giant en Merida en vele frames voor westerse merken. Voor mijn werk ben ik ruim een week in Taiwan. De keuring van de apparatuur die wij maken is hier een stuk goedkoper dan in Europa. Daarnaast was er tijd in het lab beschikbaar en bij het keuringshuis in Duitsland waar ik laatst was, kon ik nog weken wachten tot ik aan de beurt was. Dus, tijd om het nuttige met het aangename te verenigen, op naar Taiwan!

Mijn eerste gedacht aan Taiwan was: warm land. De weersvoorspellingen hielden het op ca 20 graden, dus de winterkleding kon thuis blijven. Nou helaas, het is hier steenkoud met 9 graden en een guur windje. Zit je dan met je zomerjasje en geen warme trui. Even iets kopen valt ook niet mee als je anderhalve kop groter bent dan de Taiwanees. Verwarming kennen ze hier niet, wel airco, in de zomer wordt het hier 40 graden.
Dit eiland is bijna net zo groot als Nederland, alleen is ca 60% bos en bergen en wonen er 23 miljoen mensen voornamelijk in de westelijke kuststrook. Hoezo is Nederland vol?
Ik zit in Taipei, de grootste stad van het land, helemaal in het noorden van het land. Het is een geweldige stad om een weekje door te brengen. Je bent letterlijk in een andere wereld met andere mensen, andere talen, ander schrift, ander eten en andere religies. Alleen het weer is echt guur Hollands winterweer. Voel ik me toch een beetje thuis.

Ik heb vandaag de toerist uitgehangen. Begonnen met een rondleiding door een gids (tourmeaway.com, aanrader!) waar een man of 20 op af kwam. Leuk initiatief van studenten. Er deden zelfs inwoners van Taipei mee. Goed vertegenwoordigd waren ook de Filipijnen, voor hun is het vergelijkbaar met zeg maar een weekendje Londen of Berlijn. Onderweg diverse tempels bekeken, bijzondere winkels en huizen die door de Japanners zijn gebouwd in de toen in Japan populaire Europese stijl. Grappige details die je anders nooit gezien zou hebben.
Taiwan viert dit weekend het staartje van de Chinese nieuwjaarsfeesten, het Lantern Festival. Vooral heel veel lampionnen en lichtjes. Er is ook een soort carnavalsoptocht. Ik zag diverse wagens klaar staan, maar vond het niet bijzonder genoeg om daar voor 's avonds terug te komen.

Het hele leven lijkt hier te draaien om eten, enorm veel straatverkoop van maaltijden en snacks. De Taiwanees kookt zelf nauwelijks maar koopt het op straat. Er zijn speciale night markets waar je heel veel eetspecialiteiten bij elkaar hebt en daarnaast de gebruikelijke verkoop van prullaria. Alles wordt vers bereid, kost niet veel, maar het is er vreselijk druk. Ben blij dat mijn kop boven die drukje uitsteekt. Schept ook iets meer afstand tot de "stinky tofu", met afstand het minst aantrekkelijk riekende voedsel. Ik heb ook regelmatig soep aangeboden gekregen bij het eten, maar na een paar keer pas ik daarvoor. Het is een soort homeopathisch verdunde bouillon, waar dus kraak noch smaak aan zit. Soms worden de noedels ook in een bak soep geserveerd. Probeer die glibberige dingen er dan maar eens uit te vissen met alleen maar twee stokjes! Ik zag overigens verschillende locals die zelf een vork meenemen, dat ga ik ook doen als ik nog eens naar het verre Oosten ga.

Een tempel, je vindt ze overal in de stad

heel veel lichtjes...

een kleine tempel tussen/voor de huizen
het jaar van de haan volgens de Chinese kalender

plein bij de Chiang Kai-Shek Memorial Hall

hier was het allemaal om te doen, metingen in een soort dode kamer voor radiogolven